Ik zie mijn oordeel

Iedereen kent wel een ervaring die lijkt op de volgende.

Je ontmoet een stugge mens die geen hand naar iemand anders uitsteekt en je hebt niets met die mens. Twee jaar later is die stugge mens je beste vriend geworden. Als anderen zich daarover verbazen, zeg je: je moet hem leren kennen. Als je geduld hebt, komt hij los en als je zijn hulp vraagt, maar je moet het wel zelf vragen, dan staat hij direct en helemaal voor je klaar. Ik zie mijn oordeel.

Er komt een onbetrouwbare grote zwarte hond op mij aflopen (ik heb vrees voor honden). Even verderop loopt een jonge vrouw die uitnodigend naar de hond (haar hond) roept en de hond rent enthousiast naar haar toe en kwispelt met zijn staart. Ik zie mijn oordeel.

Wij kunnen overleven dankzij het gegeven dat wij ons oordeel zien. Ik zie vanuit mijn ooghoek een groot, donker ding naderen. Ik duik weg. Het blijkt een paarse ballon te zijn. Wegduiken was niet nodig geweest. Maar zeggen we: voor hetzelfde geld was het wel gevaarlijk geweest. Ik zie mijn oordeel, en regelmatig voorkomt dat grote problemen.

Het wordt problematisch als ik mijn oordeel voor de ene ware werkelijkheid houd en daar krampachtig aan vast blijf houden. Dan wordt dat oordeel een gevangenis die mij afhoudt van nieuwe ervaringen en echte ontmoetingen. Ik word blind in mijn oordeel.

Iemand zal nu zeggen: je hebt het niet over oordelen, maar over vooroordelen. Mijn antwoord is: dat is een oordeel. Er is geen wezenlijk verschil tussen een oordeel op grond van nadere analyse en reflectie en een ‘vooroordeel’. Zeker beveel ik de analyse en reflectie aan, zolang je maar niet denkt dat je MET analyse en reflectie wel de ene ware werkelijkheid ziet of kunt bereiken.

Wat we kunnen leren inzien, is dat we altijd ons oordeel zien, ook het oordeel zelf. Wie overduidelijk te snel oordeelt, maar dat zelf niet kan zien, zal zichzelf niet zien als iemand die te snel oordeelt. Het hebben van een overwogen oordeel is nog geen garantie van de waarde van dat oordeel.

Ik heb voorbeelden gezien waarbij zogenaamde onnadenkende mensen het vanuit hun ‘gevoel’ direct ‘zagen’ dat iemand niet te vertrouwen was. Een ander geduldig nadenkend mens kwam daar pas na vijf jaar achter. Deze laatste mens oordeelde dat je niet op je eerste oordeel moet afgaan. De ervaring leert echter dat dit eerste oordeel regelmatig wel klopt.

Een andere ervaring die u zeker zult kennen, is dat u ziet met het oordeel van uw conditie. U bent een westerling, man of vrouw, redelijke opleiding. U hebt een open geest, maar elke toevallige voorbijganger uit een andere conditie kunt u direct vertellen dat u zo’n typische blanke westerse arrogante goed opgeleide man of vrouw bent.

Hoe u loopt, kijkt, luistert, de houding van uw lichaam, uw taal, uw hele aanwezigheid ademt uw conditie uit. En u kunt daar niet en nooit aan ontsnappen. Is dat erg? Niet in het minst zolang u het maar beseft. Ik zie mijn oordeel.

Het is ook goed om te beseffen dat ook uw gast uit een andere conditie zijn of haar oordeel ziet.

Iemand zei eens tegen mij: jij gaat soms zo zwaar op de dingen in. Als u dit stukje leest, vergeet u misschien dat ik met veel vreugde in de duinen wandel, geniet van het ontluikende groen, prachtige muziek, van hoe mensen zich soms verrassend kunnen uiten.

Als ik aandacht vraag voor het een, betekent dit nog niet dat er niets anders voor bij bestaat. Mensen kijken soms ook op die manier naar muzikanten, politici en acteurs. Alsof die mensen maar voor 1 ding zouden leven. Ik zie met mijn oordeel.

Het is vandaag Palmzondag. De dag van de intocht van Christus in Jeruzalem. Het volg was uitgelopen en haalde uitbundig hun nieuwe ‘koning’ binnen. Althans, dat zagen ze naar hun oordeel. In de dagen daarna was het snel over met het enthousiasme toen bleek dat hun verwachtingen niet snel uitkwamen. Er waren anderen die wel bij hun oordeel bleven. Misschien hebben die anderen wel het beste gezien.

Ik wens u allen de verstilling van de komende ‘Stille Week’ toe. En voor de niet-gelovigen onder u: ‘Geniet van de chocoladepaaseieren die je nu al in de supermarkt kunt kopen’. En voor de atheïsten onder u: bedenk dat atheïsme ook maar een oordeel is op basis van wat u niet ziet.

Zelf ben ik zowel gelovige, agnost als atheïst. Dus ik voel de verstilling van de komende week en overdenk de stadia van de lijdensweg. Op mijn werk neem ik af en toe een chocolade-eitje bij de koffie (kan ik aanbevelen). Ik blijf mij erover verbazen dat er mensen zijn (waaronder ikzelf) die denken het ontstaan van de wereld te kunnen verklaren met een bovennatuurlijke schepper-God. Deze mensen zien blijkbaar niet in dat je in dat geval ook het ontstaan van die schepper-God zelf zou moeten kunnen verklaren.

Ik zie mijn oordeel. En als u het niet met mij eens bent, uw goede recht, bedenk dan: u ziet enkel uw oordeel. 🙂